Sanne (1986), creatief en naïef en danst door het leven. Geboren in Limburg, woont in Haarlem en studeert in Utrecht Rotterdam. Droomt van verre oorden, een leven als journalist en een groot huis met inloopkast in Oud Zuid, maar heeft voorlopig geen van allen. Doet veel pogingen om cultureel verantwoord te zijn, maar slaagt daar niet altijd in. Schijnt one-of-the-guys te zijn. Kan letterlijk quoten uit Superbad en American Psycho. Heeft Pink Floyd All Stars. Gelooft dat de goden soms best met haar zijn, maar is wel overtuigd atheïst. Geliefd door velen, gehaat door powerfeministen. Heeft nog nooit Bambi gezien. Rookt, drinkt, heeft een tattoo en vier piercings en is daarmee bijna een rock 'n roll chick. Heeft een voorliefde voor rokende mannen met All-Stars, een basgitaar en een tattoo op hun arm. Houdt zichzelf voor dat ze ooit gaat emigreren naar Barcelona. Sarcast pur-sang, om te kopen met Amaretto en zo lomp dat een straatverbod wenselijk zou zijn. Meer?




Helden van de weblogwereld
2 april 2010 | Inspiratie en Schrijfsels

Als klein meisje hield ik van schrijven. Een tijdje geleden ging ik op zoek naar mijn oude schriften vol verhalen. Vol stonden ze met ideeën over boeken. Want ik ging namelijk een boek schrijven. Net zoals Carry Slee en de zogenaamd door mij bedachte verhaallijnen waren dan ook directe kopieën van boeken van haar (het begrip copyright was me toentertijd nog vreemd). Met in mijn ogen hippe tieners, die gevatte conversaties hielden. Jammer dat ik zelf niet echt gevat was, en dus ook geen gevatte conversaties kon beschrijven. Dat was het einde van mijn schrijverscarrière. Wat boeken betrof dan. In gedichten was ik trouwens ook niet sterk. Wat regels onder elkaar, eindigend op geforceerde woorden, want in mijn ogen was een gedicht pas een gedicht als het rijmde. Geforceerd of niet. Einde dichterscarrière. Gelukkig kwam ik daar al vrij snel achter, zodat ik niet eindige als een hopeloos, eeuwig trachtende, liters koffie op een Amsterdamse zolderkamer, geforceerde hippe, net-niet schrijver. Of als Saskia Noort. Die moet ook maar eens snappen dat haar boeken waardeloos zijn. Maar dat is een ander verhaal.

Verhaaltjes schrijven kon ik wel. Zolang ik niet de intentie had om er een boek van te maken. Op mijn zevende (of ergens rond die leeftijd) deed ik mee aan een verhalenwedstrijd van een zwembad. Toen nog geheel politiek correct (iets dat tegenwoordig ver te zoeken is bij mij), schreef ik een verhaal over racisme. Over een zwart meisje dat gepest werd door een blank meisje, maar dat blanke meisje wel redde toen zij bijna verdronk. Hele utopisch. En politiek verantwoord. En ik won. Iets. Wat weet ik eigenlijk niet, maar het was in ieder geval niet de eerste prijs. Die werd gewonnen door een meisje dat een verhaal met hoofdstukken had geschreven. Uitsloofster. Feit is wel dat ik met een foto in de krant stond en even heel beroemd was in Heerlen en omstreken.

Verhaaltjes schrijf ik al lang niet meer, maar schrijven an sich vind ik wel nog steeds leuk. Een docent kon mij niet gelukkiger maken dan met het moeten schrijven van het zoveelste werkstuk, sinds mijn vijftiende heb ik een weblog en tegenwoordig schrijf ik ook stukjes voor verschillende websites. Ik beleef iets vaak terwijl de woorden zich in mijn hoofd vormen. Hoe ik iets op papier kan brengen, of – kleiner gedacht – hoe ik iets in een leuke vorm op Twitter kan gooien. Als ik een recensie over een concert moet schrijven, schrijf ik de recensie tijdens het concert al in mijn hoofd. En gelukkig heb ik een extreem goed geheugen.

Ik vind schrijven fantastisch om te doen, en sla mezelf nog steeds voor mijn hoofd dat ik rechten ben gaan studeren. Ik heb begrepen dat ik een vrije leuke schrijfstijl heb, ik krijg er vaak complimentjes over maar ik ben nog lang niet waar ik wil zijn. En daar gaat deze blog eigenlijk over. Over de mensen die echt goed zijn. Die iets op een dergelijke manier kunnen opschrijven dat ik minutenlang met open mond naar mijn scherm zit te staren. Dat de slechtste eigenschap der eigenschappen opborrelt: jaloezie. Want ik wil ook zo kunnen schrijven. Met zo’n talent, met zo’n woordkennis, met zo’n humor, met zo’n stijl…

En daarom: de mensen die mij ontzettend jaloers maken, die mij inspireren en die mij blij maken. De mensen die voor mij de helden van de weblogwereld zijn :)
(ook al is een van de helden pas twee dagen geleden met zijn weblog begonnen)

Fleur – http://blom.tumblr.com
James Worthy – http://www.jamesworthy.nl
Donna – http://donna.web-log.nl
Rogier – http://dehondvandeburen.blogspot.com/
Nynke – http://www.viva.nl/category/nynke/





Recensie voor ROAR: The Bony King of Nowhere
3 maart 2010 | Alledaags en Schrijfsels

De eerste keer dat ik The Bony King of Nowhere zag, waren ze één van de twee bands die optraden als voorprogramma van Bell X1. Vier jongens en een meid betreden verlegen het podium, beginnen met het stemmen van hun instrumenten en zetten voorzichtig het eerste nummer in. Schuchter en een en al bescheidenheid. Nu, een half jaar later is hun debuutalbum positief ontvangen en staan ze samen met Yuko in Patronaat. Hoe gaat ze dat af?

Ondanks dat The Bony King of Nowhere als hoofdact staat aangekondigd met Yuko als supportact, blijkt het te gaan om twee volwaardige optredens en opent The Bony King of Nowhere de avond. Bij het betreden van het podium lijkt er niet veel veranderd te zijn ten opzichte van hun vorige optreden: verlegen, zonder veel zelfvertrouwen lopen ze het podium op. Dit verandert echter compleet vanaf het moment dat de eerste tonen worden ingezet.

Vanaf dat moment staat er een band vol zelfvertrouwen op het podium, ingetogen maar volledig overtuigd van hun eigen kracht. De stem van Bram Vanparys klinkt loepzuiver en op een paar te luid pratende mensen aan de bar na is de zaal doodstil. De nummers van The Bony King of Nowhere grijpen je bij de keel, boeien door het gebruik van aparte instrumenten en betoveren je met name op het moment dat toetseniste Cleo meezingt. Vergelijkingen zijn altijd gemakkelijk te maken en vaak ook onzinnig, maar in het geval van Bram kan ik met recht zeggen dat zijn stem ontzettend doet denken aan de stem van Thom Yorke van Radiohead en de muziek soms veel weg heeft van die van Fleet Foxes of Sigur Ros.

Waar Bram tijdens hun optreden in het voorprogramma van Bell X1 nog veel moeite had met de interactie tijdens het publiek (terwijl hij in interviews toch een bepaalde arrogantie met zich meedraagt), gaat hem dit nu een stuk beter af. Nog steeds met een zachte stem, maar wel met een zelfverzekerde blik en enigszins arrogantie maakt hij grapjes met het publiek: “Is iedereen nog tevreden? Heeft u misschien nog vragen of opmerkingen?” Ik denk dat er niemand in de redelijk volle zaal naar huis is gegaan zonder onder de indruk te zijn van deze band. The Bony King of Nowhere heeft alles in zich om een grote naam te worden.

Na een korte pauze betreedt Yuko het podium; een eveneens Belgische band bestaande uit drie mannen en twee vrouwen. Net zoals The Bony King of Nowhere maken zij heerlijke betoverende muziek met soms heftige uitschieters, die misschien niet heel geschikt is voor een zaterdagavond, maar die er wel voor zorgde dat de zaal muisstil was. In eerste instantie lijkt de band niet te zitten wachten op applaus en spelen ze enkele nummers direct achter elkaar door. Het publiek lijkt er niet mee te zitten en staat oprecht te genieten van de aparte arrangementen van deze band.

Het is moeilijk om het geweldige optreden van The Bony King of Nowhere te overtreffen, maar Yuko komt zeker in de buurt. Een fantastische drumster, de hoge maar ook enigszins dromerige stem van Kristof Deneijs en het gebruik van onorthodoxe instrumenten als een speeldoos en een soort van koffiemaler: ook Yuko heeft genoeg in huis om een volle zaal lang genoeg te boeien.


Dit artikel heb ik geschreven als eerste proefartikel voor ROAR Ezine en staat hier. Ik heb het de laatste weken ontzettend druk waardoor er nog maar weinig blogjes verschijnen. Mijn huis is een jungle van kleding, studieboeken, andere spullen en kranten waar je je met een zaklamp en een pikhouweel een weg doorheen moet banen, mijn to-do lijstje wordt alsmaar langer en langer en vaak kost het bloed, zweet en tranen om alle dingen binnen de deadlines af te ronden. Maar wat wil je met een nu even hele drukke studie, een baan van twintig uur per week, vrijwilligerswerk, heel veel concertkaartjes en de grote behoefte om je liefste vriendjes en vriendinnetjes heel vaak te zien? Dat betekent dus om half twaalf ‘s avonds huiswerk maken, vrijwel iedere dag buiten de deur eten (en dan niet al te gezond) in plaats van koken, weinig slaap, een hele volle maar goed geplande agenda en een heel leuk leven :)





Mijn eerste BigBrain.nl artikel
2 maart 2009 | Schrijfsels

Zoals de meesten van jullie wel weten schrijf ik voor Ze.nl. Vorige week ben ik echter ook gevraagd door BigBrain.nl, een nieuwe juridische community, om als ‘officieel’ auteur regelmatig stukken te schrijven. Ontzettend leuk! Mijn eerste stuk is vandaag geplaatst, en omdat ik er toch wel trots op ben, zal ik het hier ook plaatsen.

Keuzes
Kiezen heb ik altijd erg moeilijk gevonden. Ik wil altijd zó veel dat ik eigenlijk geen keuzes wil maken. Helaas is het leven zo ingericht dat het maken van keuzes onvermijdelijk is. Als zeventienjarige moest ik opeens bepalen welke studie ik na mijn vwo wilde doen, en zonder al te veel oriëntatie koos ik een studie op de universiteit die het dichtst bij huis lag. Geen goede keuze bleek naderhand, want na anderhalf jaar was ik het helemaal zat, en zat ik studie- en werkloos thuis. Toen ik een baantje als juridisch secretaresse kreeg aangeboden, greep ik deze kans met beide handen aan. Op dat moment was ik een fanatiek open dag bezoeker, en had ik stapels folders thuis liggen van allerlei universiteiten, hbo-instellingen en obscure privé-opleidingen (je moet alle opties openhouden…). In de periode dat ik bij het advocatenkantoor heb gewerkt, heb ik gemerkt wat bepalend is voor een goede keuze: het opdoen van praktijkervaring. De eigenaar van het kantoor praatte iedere keer weer met zoveel passie over zijn werk, dat ik bijna verliefd werd op de advocatuur. De keuze van de stad had ik toen al gemaakt, en zo begon ik in september 2006 aan de Rechtenopleiding in Utrecht en hoopte ik een paar jaar verlost te zijn van alle keuzes.

Nu sta ik misschien wel voor de moeilijkste keuze van mijn leven: het kiezen van een master. Waar een bacheloropleiding vooral de basis is voor je latere juridische leven, is een master toch van een geheel andere categorie. Een master bepaalt wat je specialisatie wordt; op welke sectie van een advocatenkantoor je aan de slag kunt en misschien ook de reputatie die je bij voorbaat al meekrijgt. Want het is nu eenmaal een feit dat bepaalde universiteiten (waaronder de Radboud Universiteit en de Universiteit van Leiden) beter aangeschreven staan dan anderen. Ik woon geografisch zeer gunstig en heb in principe de keuze uit vijf universiteiten. Maar daar houdt het niet op. Ik weet nog steeds niet helemaal zeker welke richting ik uit wil en ontdek eigenlijk bij elke master wel een leuke kant. Op de masters Bestuursrecht na. Hoezeer ik ook mijn best doe, daar kan ik niets leuks aan ontdekken. Zoals ik al eerder zei, houd ik niet van keuzes maken en wil ik veel te veel. Zo ook wat betreft het volgen van een master. Zou ik er misschien twee gaan doen? Wil ik misschien ook een master Journalistiek doen? En in welke stad dan? Wil ik naar het heerlijke Amsterdam of misschien naar Leiden, naar de universiteit die zo goed aangeschreven staat?

Genoeg om over na te denken. Ik heb nog een half jaar, maar of het zo handig is om pas eind augustus mijn masterkeuze te maken? Dus verander ik weer in een fanatiek open dag bezoeker en beoordeel ik de universiteiten ook stiekem op de verzorging van de open dag. De inwendige mens moet toch ook goed behandeld worden?